Bakker

Aanleiding

In april en mei 2006 hadden we op mijn school een schoolbreed project over beroepen. In overleg koos groep 1-2b ervoor om de bakker onder de loep te nemen.

Opzet

Zoals altijd als ik met een nieuw thema begin, heb ik eerst het hele web afgestruind naar bruikbare ideeën. De meeste activiteiten komen van de website die speciaal voor het basisonderwijs is opgericht door het voorlichtingsbureau Brood; Brood aan de basis. Ook juf Marjo Meulensteen (Jootje van het teamkamer-forum) heeft mij geholpen geholpen met de opzet van dit thema (Marjo, alsnog bedankt!). De overige ideeën plukte ik her en der van het web. Als je er iets bij ziet staan, waarvan je denkt "hé, dat heb ik bedacht!" Laat het me dan even weten.

Inleiding

Kringgesprek over brood

Nodig: Een mand met allerlei soorten brood, zoals wit-, bruin-, volkoren-, krenten- en stokbrood. (Desnoods overgebleven brood van de bakker, om de kosten te drukken.) Een gesneden volkorenboterham (waar stukjes tarwekorrels in te zien zijn!), een handvol tarwekorrels, gedroogde halmen van tarwe met aren, eventueel foto's van een korenveld en van een korenmolen, boter, mes.

- Ziet dat er niet lekker uit? Wijs eens aan welk brood je lekker vindt.
Welk brood hebben jullie vanmorgen gegeten?

- Wijs eens aan en noem op hoe alles heet. Ruik ook eens aan het brood. Waar koop je brood?

- We gaan eens kijken waarvan brood is gemaakt. Kijk maar eens naar deze volkorenboterham. Zie je harde 'dingetjes'? Wat zijn dat? Wie wil zo'n stukje tarwekorrel eruit peuteren? (Laat daarna een handvol hele tarwekorrels zien.) Waar komen tarwekorrels vandaan?

- Laat de halmen met aren van tarwe zien. Waar zitten de tarwekorrels in deze plant verstopt? Wie wil zo'n tarwezaadje eruit peuteren?

- Wie maalt de tarwekorrels tot meel? Wie bakt er broden van? Zullen we nu tot slot eens proeven van al dat lekkere brood uit de mand?

Vervolgens richtten we met elkaar een kijkkast (kan natuurlijk ook een kijktafel worden) in. Op één van de kasten kwam een mooie gele lapte liggen en daarop allerlei verschillende soorten brood, verschillende soorten meel, tarwekorrels, een vaas met halmen van tarwe en nog veel meer. De kinderen stempelden naamkaartjes.

DSC00807.JPG (61405 bytes)  DSC00808.JPG (59857 bytes)

Voor alle foto's op deze pagina: klik voor een vergroting

Spel

Bakkershoek

Twee tafels met een kleed erover kunnen dienen als toonbank. Zorg ook voor een kassa. Benader een bakker in de buurt met de vraag naar oud brood. Vaak hebben bakkerijen aan het einde van de dag een hoop brood over. Van bakker de Lange in Scheveningen kregen wij een heleboel! Daarmee werd de bakkerij ingericht. De broodjes werden gesorteerd in mandjes. Van blokken en planken werd een oven en een kast gemaakt. We hadden een heleboel zakjes en dozen en de prijskaartjes maakten we zelf. Bakkersmutsen zijn met een reep wit papier en crêpepapier makkelijk te knutselen. De bakkerskleding kreeg ik van een collega, haar vader was banketbakker geweest.

Natuurlijk moet een bakkerij een naam hebben. Wij verzonnen met elkaar dat onze bakkerij Bakkerij Lekker moest gaan heten. die naam werd op een groot karton en op het raam van de klas geschilderd.

DSC00814.JPG (58570 bytes) DSC00823.JPG (61057 bytes) DSC00825.JPG (61263 bytes)  

Huishoek

Zet in de huishoek een aantal voorwerpen neer die met brood te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan een broodtrommel, een broodplank, bakvormen, een grill-bakoven die niet meer gebruikt wordt, enzovoort.
Zet niet alles tegelijk neer, maar begin met een paar voorwerpen. Laat ze in de kring zien en vraag de kinderen waarvoor ze dienen. Vul hun verhaal zonodig aan en laat zien op welke manier ze de voorwerpen kunnen gebruiken. Geef alles een vaste plaats en zorg dat de kinderen alles goed kunnen opruimen. Observeer hoe ze spelen en zorg voor nieuwe materialen als ze die nodig hebben.
Vanuit de huishoek kunnen de kinderen in de bakkerswinkel hun boodschappen doen. Vergeet daarom niet pen en papier neer te leggen,

Bakkertjes in de ministad (bouwtafel)

Nodig: poppetjes van de bouwtafel (Play mobil of houten poppetjes), wit papier, wit crêpepapier, plakband, een schaar.

Knip van wit papier schorten en plak deze met plakband op de poppetjes. Maak van het crêpepapier bakkersmutsen en plak deze op de hoofden van de poppetjes. Nu kunnen met de blokken bakkerijen en bakkerswinkels worden gebouwd waar deze ‘echte’ bakkers in kunnen werken.
Laat van broodklei minibroodjes maken. Nu kunnen de kinderen in de bakkerij ook een oven bouwen waarin de ‘broodjes’ worden gebakken. De ‘broodjes’ kunnen in de winkel verkocht worden.
Kringactiviteiten

Rekenen met brood

Een rekenactiviteit die iedere dag op een andere manier gebruikt kan worden, is de volgende:

– Hoeveel boterhammen heb je vanmorgen gegeten?

– Hoeveel witte boterhammen?

– Hoeveel bruine?

– Wat is het meest gebruikte broodbeleg?

– Wat vind je het lekkerste broodbeleg? Enzovoort.

U kunt voor deze activiteit pasfoto's van de kinderen gebruiken (met aan de achterkant een stukje flanelbordpapier). U hebt van tevoren een witte en een bruine boterham, een croissantje en een bolletje van papier uitgeknipt en (aan de achterzijde) voorzien van flanelbordpapier. Het kind plakt dan zijn (of haar) foto onder het gegeten broodje. Met flanelbordcijfers kunt u de aantallen aangeven.

Tarwe zaaien

Nodig: tarwekorrels, een bakje, aarde, een gieter met water.

Om de kinderen te laten zien dat tarwekorrels uit een plant komen kun je de volgende activiteit met ze doen.
Vul het bakje met aarde en strooi er tarwekorrels op. Dek de tarwekorrels toe met een dun laagje aarde en druk de aarde licht aan. Giet er water op en zet het bakje op een warme, lichte plaats. Na een paar weken verschijnen dunne sprieten boven de aarde. Dit zijn tarwekiemen. De planten groeien snel, maar zullen geen aren krijgen. Dit gebeurt wel als je de tarwe buiten zaait en laat groeien. Wij hebben in twee groepjes tarwe gezaaid. Een groep buiten en een groep binnen. Zodat het verschilte zien was. Helaas werden de aren buiten door de vogels opgegeten en was er nog niet veel te zien.

DSC00821.JPG (61321 bytes)  DSC00833.JPG (61919 bytes)

Wat doe je als je naar de bakker of de supermarkt gaat?

Nodig: een portemonnee, (namaak)geld, verschillende soorten brood.

Met deze activiteit leer je de kinderen ‘winkeltje’ spelen. Bespreek met de kinderen wat je doet voordat je boodschappen gaat doen (bedenken wat je nodig hebt, een boodschappenlijstje maken, geld en een boodschappentas pakken), wat je in de winkel doet (op je beurt letten, bedenken hoe je iets vraagt, opletten dat je krijgt wat je vroeg, betalen, enzovoort). Kies een kind als klant en een ander kind als verkoper van de bakkerswinkel of de broodafdeling van de supermarkt. Speel stap voor stap het spel. Na een paar keer oefenen, kunnen de kinderen het alleen. Stimuleer ze de handelingen tijdens het spelen in de ‘bakkershoeken’ ook zelf uit te voeren. Zie voor de inrichting van de bakkershoeken de suggesties voor de werkles.

Graan malen

Nodig: tarwekorrels, een vijzel of stenen waartussen de korrels fijngemaakt kunnen worden, een bord, vergrootglazen, een zeef.

Om brood te bakken heb je bloem of meel nodig. Het meeste brood wordt van tarwe gebakken. Koop bij een molen tarwekorrels. Vaak heeft het natuur-educatieve centrum in de gemeente ook tarwekorrels.

  • Bekijk, eventueel met een vergrootglas, de korrels met de kinderen.
  • Welke vorm hebben de korrels?
  • Kun je een korrel met je vingers open krijgen?
Geef de kinderen een paar tarwekorrels en laat ze er een poosje op sabbelen. Bijt er dan voorzichtig op. Hoe smaken ze?

Doe in de vijzel een paar tarwekorrels en maak ze fijn. Als je geen vijzel hebt, lukt het fijnmaken ook tussen twee stenen. Stop af en toe om te zien hoe de korrels eruitzien. Doe de fijngemalen korrels op een bord en laat de kinderen voelen. Doe het mengsel door de zeef en kijk wat in de zeef achterblijft. Dit zijn de velletjes (zemelen) die om de tarwekorrels zaten.

Soorten meel

Nodig: verschillende soorten meel zoals bloem, tarwemeel en volkorenmeel, een zeef, grote kommen, vergrootglazen, schotels, kaartjes, een stift.

Deze activiteit kun je ook in een klein groepje tijdens de werkles doen.
Bij de eerste activiteit hebben de kinderen verschillende soorten brood bekeken en geproefd. Nu merken ze dat er verschillende soorten meel zijn.

Koop bij een supermarkt of een molen verschillende soorten meel of vraag die bij een bakker. Geef alle kinderen een beetje meel in handen.

  • Voel je verschil?
  • Laat de kinderen de soorten meel zien, ruiken en voelen.
  • Zien de soorten meel er hetzelfde uit? Wat zijn de verschillen?
  • Van welke soort meel zou bruinbrood gebakken worden? En witbrood? Waarom denk je dat?
Wit brood wordt gebakken van tarwebloem. Dit is het middelste van de tarwekorrel. De kiemen en de zemelen worden er helemaal uitgezeefd. Bruin brood wordt van tarwemeel gebakken. Tarwemeel bevat meer voedingsvezel

dan tarwebloem omdat een groter deel van de tarwekorrel is gebruikt. Volkoren brood wordt gebakken van volkorenmeel. Voor dit brood wordt de hele tarwekorrel gebruikt. Het meel bevat fijngemalen kiemen en zemelen. Ook zitten er vaak nog hele of gebroken tarwekorrels in.

Laat de kinderen met een zeef het volkorenmeel zeven. Doe er wel een kom onder! Doe elke soort meel op een schotel en schrijf op een kaartje de naam van het meel. Tenslotte kunnen de soorten meel op de kijktafel gezet worden.

 

Verhalen en liedjes

Er zijn een heleboel mooie en leuke verhalen over bakkers en bakken te vinden. Het leukste verhaal is misschien wel het verhaal van de kip die een pannenkoek wil bakken, maar niemand wil haar helpen. Max Velthuijs (van Kikker) heeft hier ook een boekje van gemaakt: "Het rode kippetje". Op de site van Angelique, leespret, vindt je zelfs een uitgewerkt toneelstuk bij dit boek. 

Ook zijn er vele liedjes over de bakker. Wij hebben echter niet zoveel gezongen. Zo vlak na onze musical waren we wel een beetje uitgezongen.

Bewegingslessen

Bakker, bakker, hoe laat is het?

Eén kind is bakker en staat met zijn rug naar de andere kinderen toe. De bakker loopt vooruit, de kinderen volgen hem en roepen: ‘Bakker, bakker, hoe laat is het?’ De bakker kan antwoorden: ‘Tijd om het deeg te maken’ of ‘Tijd om het deeg te laten rijzen’ of ‘Tijd om de oven aan te doen’, enzovoort. Bij ‘Tijd om brood te eten!’ rennen de kinderen terug en kunnen ze door de bakker getikt te worden. Daarna wordt een andere bakker gekozen en kan het spel opnieuw gespeeld worden.

Wie heeft de meeste boterhammen?

  Nodig: dobbelsteen, kleine (uit karton geknipte) boterhammen.

De kinderen gooien om de beurt met de dobbelsteen en pakken zoveel boterhammetjes als ze ogen hebben gegooid. Wie heeft na drie keer gooien de meeste boterhammen?

Hoeveel broodjes zitten in de mand?

  Nodig: mand, tien pittenzakjes.

  Werkwijze

Eén kind mag de bakker zijn. Het doet de ogen dicht en zit op de grond. In de mand achter de bakker doen de kinderen die aangetikt worden door de begeleidende ouder een pittenzakje in de mand. Bakker, vertel eens, hoeveel broodjes zitten in de mand?

Warme broodjes uit de oven

  Nodig: drie manden, tien pittenzakjes (of balletjes) in twee kleuren.

Aan de ene kant staat een “oven” met de tien “broodjes”. Twee kinderen proberen ieder hun witte of bruine bolletjes naar hun eigen mand te brengen. De broodjes zijn erg “warm”. Daarom kunnen de kinderen maar één broodje tegelijk vasthouden. Wie is het eerst klaar?

Broodjes bakken

Nodig: een bakkersmuts, matten.

Leg de matten neer. Verdeel de kinderen in drie groepen en zet ze in een vak. Elk groepje krijgt de naam van een ingrediënt dat nodig is om brood te bakken. Speel eerst zelf voor bakker. Zeg; ‘Ik wil het meel’. Maar de kinderen uit het meelvak willen niet in de kom en lopen zo snel mogelijk naar het lege vak. Trek een boos gezicht en zeg: ‘Ik wil de gist’. Het groepje ‘gistkinderen’ kijkt welk vak leeg is en loopt daar zo snel mogelijk heen. Doe dit een aantal keren zodat de kinderen goed weten bij welk groepje ze horen. Wijs een kind als bakkersknecht aan. Deze probeert zoveel mogelijk kinderen te tikken die naar een leeg vak overlopen. Wie getikt is, gaat in de kom zitten. Na een paar beurten worden de kinderen in de kom geteld en wordt een nieuwe bakkersknecht aangewezen.
Broodjes bakken

Natuurlijk hebben we ook zelf broodjes gebakken. Wat was dat een feest. Eerst hebben we zelf, met de hand, het deeg gemaakt. Dat moet heel soepel worden en is dus best nog wel zwaar. Toen heeft iedereen twee stukken deeg gekregen en daarvan eigen broodjes gemaakt. Sommige kinderen maakten met de koekvormpjes ook broodkoekjes! Lekker én leuk, deze activiteit! Hieronder het recept voor witte broodjes.

Benodigdheden

1 pak Koopmans Mix voor Brood Wit

3 dl (300 ml) handwarm water

25 g boter of margarine (op kamertemperatuur)  Extra nodig:

Mixer met deeghaken

Beslagkom 

Bereidingswijze

Oventemperatuur:

Elektrische oven: 220°C,

Heteluchtoven: 200°C

Gasoven: stand 5-6 

Doe de mix en de boter in een beslagkom en voeg het water toe. Kneed het geheel met een mixer met deeghaken tot een soepel deeg. Laat het deeg in de kom, afgedekt met plastic, 10 minuten rijzen bij kamertemperatuur. 

Het maken van kleine broodjes:

Verdeel het gerezen deeg in 12-16 stukken en draai hier bolletjes van. Laat de bolletjes op de ingevette bakplaat 30 minuten narijzen onder een theedoek. Verwarm intussen de oven voor. Bak de broodjes in het midden van de oven in circa 15 minuten gaar en bruin. Laat de broodjes op een rooster afkoelen. 

Het maken van een groot brood:

Vet een bakvorm (circa 30 cm) in en bestrooi het werkblad met bloem. Druk het deeg plat en trek het uit tot een lap. Vouw de lap in drieën dicht en rol de lap stevig op. Leg het deeg met de naad naar beneden in de bakvorm. Leg een theedoek over het bakblik en laat het deeg 30 minuten narijzen.

Verwarm intussen de oven voor. Bak het brood in het midden van de oven in circa 25 minuten gaar en bruin. 

DSC00818.JPG (61599 bytes)  DSC00819.JPG (61169 bytes)  DSC00820.JPG (60666 bytes)

Crea

We hebben ontzettend veel geknutseld gedurende dit thema. Onze taartjes van brooddeeg waren het allermooiste! Net echt en ze deden niet onder voor de taartjes die je in allerlei decoratiewinkels kunt kopen.

De lekkerste boterham

  U kunt met de kinderen (onder begeleiding van een ouder) een boterham figuurzagen. De boterham kan gekleurd worden met viltstift en belegd worden met stukjes piepschuim (grote vlokken), een geel lapje stof (kaas), slijpsel van potloden (smeerworst), witte hobbylijm (smeerkaas), stukjes bruin en wit papier (vlokken), kleine draadjes wol (gekleurde hagel), enzovoort.

  Een bolletje kan gemaakt worden van een tennisbal. Snijd de bal doormidden en laat hem aan de buitenkant in de kleuren van een bolletje beschilderen. Tussen beide helften komt het broodbeleg. Het is het leukst als het beleg een stukje buiten het bolletje uitsteekt: een groen stukje crêpepapier (sla), een geel lapje stof (kaas), een gebakken eitje (van karton) of worstjes (van klei).

  Als op het bolletje kleine, zwarte propjes crêpepapier worden geplakt, lijkt de bol op een krentenbol.

Natuurlijk kan je ook gewoon van bruin karton een boterham maken. Dit hebben wij gedaan.

DSC00831.JPG (61306 bytes)

Taartjes van brooddeeg

Recept voor brooddeeg:

- 3 koppen meel

- 1 kop zout

- 1 kop water

- 1 eetlepel zonnebloemolie

In plaats van water kan je ook een kop met water verdunde ecoline door het brooddeeg doen. Het brooddeeg krijgt dan een kleurtje. Zo hebben wij bruine (chocola), rode en groene (voor aardbeien) brooddeeg gemaakt. 

Gebruik bij voorkeur vormpjes voor muffins. Vet deze goed in. Vul ze met brooddeeg (ongekleurd). Versier het taartje dan met de gekleurde brooddeeg. Maak aardbeitjes, kersen, chocola enz. Daarna gaan de taartjes ongeveer een uur op 150°C de oven in. Als ze helemaal klaar en afgekoeld zijn, kan je er nog "slagroom" op doen. Met acrylaat kit en het mondje van een slagroomspuit krijg je hele echte toefjes.

Op de foto's zijn de taartjes nog in de afkoelfase

DSC00815.JPG (61622 bytes)  DSC00816.JPG (59998 bytes)  DSC00817.JPG (61719 bytes)  

Levensgrote bakkers

Ga liggen op een groot vel papier en laat je omtrekken. Beschilder jezelf daarna in bakkerskledij.

DSC00829.JPG (61407 bytes)

Bruidstaart

Groepswerk. Maak een taart van lagen schuimrubber en versier deze met kraaltjes en stukjes stof. Een bruidspaar erboven op en klaar!

Bonbons

Van platte doosjes en pasta maakten wij supergrote bonbons. Eerst werden de doosjes versierd met verschillende soorten pasta, daarna beschilderd. Van een paaltje uit de gymzaal en grote stukken karton maakten we een etagère.

Wij worden bakkers

Met zwarte stiften tekenden de jongste kleuters hun eigen gezicht. Toen gaven ze zichzelf een grote bakkersmuts en kleurden ze hun gezichten in met wasco. De muts bleef wit. Ook toen er ecoline over de tekening ging, bleven de mutsen wit. Het zag er prachtig uit!

DSC00832.JPG (61223 bytes)

Afsluiting

Het project werd afgesloten met een tentoonstelling door de hele school. In onze klas werd ons werk mooi uitgestald en was er een tafel waar je van een plakje cake je eigen taartje kon maken. Ook kon je proeven van ons zelfgebakken brood en onze zelfgebakken koekjes. Het brood en de koekjes hadden we op de middag van de tentoonstelling nog gebakken, dus in de klas rook het ook echt als een bakkerij. Het was een groot succes!

DSC00827.JPG (60420 bytes)  DSC00828.JPG (60712 bytes)  DSC00830.JPG (59385 bytes)  DSC00836.JPG (61055 bytes)